Dienstmededeling

juli 9, 2008

Ik heb besloten het project hier te laten eindigen. Let’s face the facts: het werkt niet. Wat jammer is, want ik dacht te zijn begonnen met een vrij enthousiaste groep mensen.

Enorm jammer voor Lentesneeuw en Breeg wel, die beiden duidelijk wel zin hadden en er enorm voor gingen (waarvoor dank). Maar aangezien hun stukjes elkaar bleken te gaan afwisselen, stel ik voor dat zij het verhaal tot hiertoe overnemen en zo samen verder bouwen indien ze dat willen.

Toch nog “one more thing”: Mocht jij, beste lezer, iemand zijn (en die kans is groot) die graag kortverhaaltjes schrijft, contacteer me eens. Ik heb misschien nog een ander ideetje…

Advertenties

Deel 4

juni 25, 2008

Eerst en vooral mijn excuses dat ik er gisteren niet toe gekomen ben de inzendingen te posten.

Deel 4 is er weer eentje dat onmiddelijk beslist is, want de enige inzending kwam van Breeg (wie trouwens ook al een mooi stukje schreef voor Deel 3). Bedankt en proficiat!

En daardoor komen we dus terug zonder stemming al aan de inzendingen voor het volgende deel.
Twee oproepen:

  • Stuur je inzendingen voor het volgende deel in tot en met dinsdag 1 juli 2008. Bekijk het als een afwisseling voor het invullen van dat belastingsformulier ;). Het hele verhaal kan u, zoals gewoonlijk, hier nog eens nalezen.
  • Alle reclame rond dit project is uiteraard extra welkom. Dank aan al diegene die ons al hebben vermeld! Aan al de rest die ons een warm hart toedragen: Smijt het op je blog of vermeld het aan je tante die altijd al schrijfster wou worden (of zo)!

Deel 4: Inzending 1

juni 25, 2008

Oh nee, fuck man.  Hoeveel kon er in godsnaam nog verkeerd lopen?  Maar Claude hervond zijn cool heel snel.  Hij moest heel snel gaan improviseren, want het was allemaal grondig fout aan het lopen.
“Hey poppeke,” riep hij haar nonchalant toe, “woar zen diene vent zen spullen.  We doen em noar de kliniek want ha viel van zezelve.”

Helemaal uit het lood geslagen stak Laura de rugzak voor zich uit.  Had ze zich dan zo vergist?  Ze had toch duidelijk gezien dat ze hem in het busje duwden.  Maar instinctief besefte ze dat ze het spelletje beter kon meespelen.  Het belangrijkste was dat ze niet in het busje gesleurd werd.
“Hier zijn ze.”
“Merci, na kan ek zenne noam toch zegge in de kliniek.”

Claude nam de rugzak aan en draaide zich snel om.  Enkele seconden later waren ze van de parking, Laura verbouwereerd achterlatend.
“Zeg, wat was dat allemaal?”
De stem van Sophie doorbrak haar trance.  Ze had geen flauw idee wat er zonet gebeurd was.  Maar ze voelde tot in haar kleine teen dat er iets niet pluis was.  Ze had duidelijk gezien dat die man in het busje geduwd werd.
“Ik weet het niet Sophie, maar hier klopt iets niet.  Ik denk dat die man met zijn bermuda zonet ontvoerd werd.”
Sophie kwam naast Laura staan en sloeg een arm rond haar schouder.
“Schat, ik denk echt dat je teveel detectives leest de laatste tijd.”
Laura keek haar vriendin recht in de ogen, wilde haar alles gaan vertellen toen haar iets te binnen schoot.
“Het tweede busje!”
Nu was het Sophie die er verbouwereerd bij stond.  Laura had haar arm vast genomen en sleurde haar mee de parking op naar het busje dat daar achtergebleven was.
“Wacht even,” protesteerde Sophie terwijl ze zich losrukte, “waarom moeten we naar dat busje?  Kom we zijn hier weg, het zijn onze zaken niet.”
Ze wilde zich omdraaien, maar Laura was sneller.
“Nee,” Laura had snel de arm van Sophie terug vast genomen en probeerde haar vriendin terug te overtuigen, “Ik heb die mannen hier bezig gezien en die gast met zijn bermuda werd hier in het busje geduwd waar ze mee weggereden zijn.  Wij gaan nu dat andere busje inspecteren.”

Hoewel ze er niks van begreep, besloot Sophie toch maar mee te gaan.  Al was het alleen maar omdat ook haar eigen nieuwsgierigheid nu geprikkeld was.  De deuren vooraan zaten op slot, maar het busje had gelukkig geen centrale vergrendeling.  De deur achteraan klikte immers open toen Laura die probeerde te openen.  Met het handvat in haar hand keek ze nog even naar haar vriendin en trok de deur helemaal open.

Het was spannend

juni 18, 2008

Zeer spannend, dat mogen we wel zeggen. Maar alles heeft een winnaar, en de winnaar hier is Inzending 2, een stukje van Lentesneeuw! Toch ook een dikke proficiat (het lag echt dicht bij elkaar) en merci aan Breeg voor de andere inzending.

De stemming is achter de rug, en dat wil dus zeggen dat het terug tijd is om aan het schrijven te slagen. Dus haast je even en lees nog snel het hele verhaal tot nu toe en sla aan het schrijven! Je krijgt van ons weer een hele week de tijd en we hopen je stukje te mogen ontvangen ten laatste op dinsdag 24 juni 2008. Indienen kan via het contactformulier. Succes!

Deel 3

juni 11, 2008

Twee inzendingen, dat gaat al meer de goeie richting uit! Want zo kan er terug gekozen worden:

Stemmen kan, maar nu via het contactformulier. Gewoon even alles invullen en de inzending van u keuze opgeven. U hebt de tijd tot en met dinsdag 17 juni 2008!

Deel 3: Inzending 2

juni 11, 2008

“Zonnebrillen, wat zijn ze toch de max hé”, fluisterde Sophie en draaide zich galant op haar buik in het warme gras. Laura liet ondertussen wat zonnecrème uit de tube pruttelen en begon aan het betere smeerwerk. “En? Zit er wat vlees in de kuip vandaag?” “Goh”, zuchtte Sophie, “die vent hier schuin over ons lijkt niet zoveel soeps, met zijn verlepte boterhammetjes. Wedden dat zijn mama ze gemaakt heeft?”

Laura grinnikte. Sophie en haar grote mond. Had ze haar beste vriendin ooit anders gekend? “Maar die twee daar wat verder”, klonk het opeens enthousiast, “Jammie, ik wil die grote, yes sir!”. Laura keek subtiel in de richting van Sophies donkere glazen. “Doe mij maar die derde die er net bij komt. Die straalt tenminste wat macht uit.”, waarop ook Laura zich nu nestelde in het gras.

Met de wangen in de handpalmen geplant hielden de meiden het drietal verder in het oog. “Pf, ze zijn alweer weg”. “Sophieke meid, er is meer in het leven dan mannen alleen, you know.” “Tja, als ik meneer bermuda hier zie, dan denk ik dat ook ja.” Die laatste woorden had Sophie bijna onhoorbaar gefluisterd, want de man was vlak langs hen gewandeld richting parking, waar hij bij de struikjes enkele minuten gehurkt en onbeweeglijk bleef zitten.

“Wat zit die kerel daar nu zo geheimzinnig te doen?” Laura’s gedachten werden onderbroken door een elektronisch Bonanza-deuntje. “Te-le-foon”, scandeerde Sophie instinctief. Ze had zich ondertussen al omgedraaid en toonde kennelijk geen interesse meer in wat zich enkele meters verder afspeelde. Laura ging rechtzitten. “Zijn rugzak. ’t Komt uit zijn rugzak! Hé meneer… meneer!”

Maar hij hoorde haar niet. De rugzak stopte met rinkelen. De man stond ondertussen alweer recht en had een wel zeer krampachtige pose aangenomen. En dan ineens… alsof er een onhoorbaar schot was gelost, sprong hij als een gek door de struikjes de parking op. “Dat … klopt niet! Sophie, er is daar iets niet pluis”. “Ach, Laura…” Maar Laura had er geen oren naar en liep haastig naar het lege bankje waar de man zijn Fanta, brooddoos en rugzak verweesd had achtergelaten. Ze hees de rugzak met een zwaai op haar schouder en liep terug naar Sophie. “Laura, het zijn onze zaken toch niet? Die man keert wel terug”, protesteerde Sophie, terwijl ze door haar vriendin zowat half omhoog werd getrokken. “Oké, blijf dan zitten hé.”

Laura zette met versnelde pas koers naar de struikjes. Haar ogen gefocust op wat ze daarachter zou vinden. Met elke stap zag ze duidelijker. Een wit busje. Een schermutseling. De drie mannen van daarnet! De andere man werd de bus ingeduwd. Een ontvoering? Oh nee, dit was absoluut niet goed. In al haar gedrevenheid besefte Laura niet eens dat ze ondertussen zelf al op de parking stond. Ze zag het witte busje traag voorbij rijden. De man met charisma ving haar verbijsterde blik met priemende ogen op. Haar adem stokte.

Deel 3: Inzending 1

juni 11, 2008

Gelukkig duurde de rit niet al te lang.  De hele tijd hoorde Marc dat er voorin gepraat werd, maar hij kon geen letter verstaan.  Eerst had hij nog geprobeerd recht te staan om tegen de deur te beuken.  Maar het had hem alleen een pijnlijke schouder en wat blauwe plekken opgeleverd.
De bestelwagen stopte.  Het felle zonlicht deed pijn aan zijn ogen en even was hij verblind.  Het was Claude die de deur open gedaan had en hem nu tegen de zijwand duwde.
“Komaan gasten, laden jullie dat hier zo vlug mogelijk uit.  Ik hou ondertussen meneer Snullemans in het oog.”
Mo en Charlie haastten zich met het uitladen en Claude keek hem doordringend aan.  Marc begon alsmaar meer te zweten.  Zou hij snel genoeg recht zijn om Claude te verrassen?  Gewoon recht springen en op hem inbeuken en dan zo snel mogelijk wegspurten.  Alleen had hij geen flauw idee waar hij naartoe moest rennen en bovendien bleef Claude hem aankijken.  Hem verrassen was onmogelijk en dus besloot hij af te wachten.  Het uitladen duurde niet lang.
“Oké gasten,” snauwde Claude, “ik zal wel met meneer Snullemans afrekenen maar dat gaat jullie wat kosten.  Geef het maar door aan jullie luitenant.”
“Wij kunnen er ook niks aan doen dat hij te curieus was,” antwoordde Mo bits.  “Maar we zullen het doorgeven.  Morgenavond hoor je van ons.”
De deuren werden dicht gesmeten en Marc viel neer toen de bestelwagen bruusk vertrok.  Deze keer werd er minder voorzichtig gereden.

Na een korte rit werden de deuren terug opengesmeten.  Claude keek hem woedend aan, sloeg hem vol op zijn gezicht.  Hij proefde het bloed dat uit zijn neus droop.
“Godverdomme!” riep Claude toen hij het identiteitsbewijs van Marc vond.  “Jij idiote klootzak, wat voor een achterlijke zak ben jij eigenlijk?”
Marc was compleet overdonderd.  Hij had vanalles verwacht, maar niet deze woedeuitbarsting.
Claude liet hem geen tijd om te antwoorden maar raasde gewoon door.
“Eigenlijk zou ik je hier godverdomme ter plekke moeten neerschieten.  Je verdiende loon omdat je mijn undercover-opdracht zo in gevaar brengt.  Stomme klootzak!”

Deel 2

mei 28, 2008

De inzendingen voor deel 2:

U had er meer verwacht? U bent uiteraard niet alleen. Ongelooflijk veel dank aan GDB voor deze inzending. Een stemming is, denk ik, niet echt nodig.

Hoe gaan we nu verder, dat is natuurlijk de vraag. Wel, ik geef twee weken voor een nieuwe inzending moet binnen zijn. Niet dat ik denk dat het aan de tijd ligt, maar anders had het ook dan pas binnen moeten zijn. Daarenboven ben ik volgende week met vakantie, dus dat komt goed uit. Aan de hand van de inzendingen zullen we dan wel zien of en hoe we verder gaan met dit project.

Dus, inzendingen binnen ten laatste op dinsdag 10 juni 2008.

Deel 2: Inzending 1

mei 28, 2008

‘En?’

“Wat en?’ vroeg Marc zo zelfzeker mogelijk terwijl z’n knieën knikten.

“Was het racekak” vroeg Claude “of was je shit eerder samenhangend?”  Zonder het antwoord af te wachten sprak hij: “Zie je, ik kan ook de onnozelaar uithangen.  Kom het hier maar eens uitleggen, kerel!”  Eén handbeweging met de blaffer was genoeg om Marc als de wiedeweerga uit het struikgewas te jagen.

De man met het zwarte hemd kon een grijns niet onderdrukken toen de bespieder zich met de handen half in de hoogte aandiende.  “Wat krijgen we nou?  Een aap in korte broek?”  De kleerkast lachte kort, enigszins nerveus.  Claude bleef zo te zien bij de les en spitste z’n onverdeelde aandacht op Marc toe.  Op de loop van de revolver leek een kleine sensor te staan die elk kleine beweging van Marc scheen te registreren.  Uit het bevel dat Claude de twee mannen vervolgens gaf bleek dat hij alleen de touwtjes in handen had: “Mo, check het handschoenenvak.  Daarin steekt een hangslot.  Gebruik de ketting om die vieze gluurder vast te ketenen, wil je?  Charlie, werp jij hem op de dozen.  En jongens, doe het vlug, we hebben al genoeg tijd verloren.”

Marc trachtte uit z’n ooghoeken de meiden te zien.  Zouden zij niets hebben opgemerkt?  Z’n hoofd in hun richting draaien durfde hij niet.  Claude had immers een arendsblik.  En wie weet hield hij een nerveuze vinger op de trekker?  Of zou hij toch maar eens proberen, nu de twee mannen de instructies van de baas aan het uitvoeren waren?

Voor hij een beslissing kon nemen lag Marc al bovenop de dozen en sloten de portieren zich.  Wat een triest, onzeker, besluiteloos figuur ben ik toch, dacht hij terwijl hij zich voorlopig in z’n lot trachtte te schikken.  Het was erg donker in de laadruimte.  Een spleetje licht, daar moest Marc het mee doen.  Hij voelde hoe het voertuig in beweging kwam.  De chauffeur reed niet schokkerig maar kalm en rustig.  Dit moeten beslist beroepscriminelen zijn, viel het Marc te binnen.

Als dat het geval was zag zijn toekomst er niet rooskleurig uit.

One day more

mei 27, 2008

Vandaag is de laatste dag om je stukje in te sturen! Hurry, hurry!