Het was spannend
juni 18, 2008
Zeer spannend, dat mogen we wel zeggen. Maar alles heeft een winnaar, en de winnaar hier is Inzending 2, een stukje van Lentesneeuw! Toch ook een dikke proficiat (het lag echt dicht bij elkaar) en merci aan Breeg voor de andere inzending.
De stemming is achter de rug, en dat wil dus zeggen dat het terug tijd is om aan het schrijven te slagen. Dus haast je even en lees nog snel het hele verhaal tot nu toe en sla aan het schrijven! Je krijgt van ons weer een hele week de tijd en we hopen je stukje te mogen ontvangen ten laatste op dinsdag 24 juni 2008. Indienen kan via het contactformulier. Succes!
Deel 3
juni 11, 2008
Twee inzendingen, dat gaat al meer de goeie richting uit! Want zo kan er terug gekozen worden:
Stemmen kan, maar nu via het contactformulier. Gewoon even alles invullen en de inzending van u keuze opgeven. U hebt de tijd tot en met dinsdag 17 juni 2008!
Deel 3: Inzending 2
juni 11, 2008
“Zonnebrillen, wat zijn ze toch de max hé”, fluisterde Sophie en draaide zich galant op haar buik in het warme gras. Laura liet ondertussen wat zonnecrème uit de tube pruttelen en begon aan het betere smeerwerk. “En? Zit er wat vlees in de kuip vandaag?” “Goh”, zuchtte Sophie, “die vent hier schuin over ons lijkt niet zoveel soeps, met zijn verlepte boterhammetjes. Wedden dat zijn mama ze gemaakt heeft?”
Laura grinnikte. Sophie en haar grote mond. Had ze haar beste vriendin ooit anders gekend? “Maar die twee daar wat verder”, klonk het opeens enthousiast, “Jammie, ik wil die grote, yes sir!”. Laura keek subtiel in de richting van Sophies donkere glazen. “Doe mij maar die derde die er net bij komt. Die straalt tenminste wat macht uit.”, waarop ook Laura zich nu nestelde in het gras.
Met de wangen in de handpalmen geplant hielden de meiden het drietal verder in het oog. “Pf, ze zijn alweer weg”. “Sophieke meid, er is meer in het leven dan mannen alleen, you know.” “Tja, als ik meneer bermuda hier zie, dan denk ik dat ook ja.” Die laatste woorden had Sophie bijna onhoorbaar gefluisterd, want de man was vlak langs hen gewandeld richting parking, waar hij bij de struikjes enkele minuten gehurkt en onbeweeglijk bleef zitten.
“Wat zit die kerel daar nu zo geheimzinnig te doen?” Laura’s gedachten werden onderbroken door een elektronisch Bonanza-deuntje. “Te-le-foon”, scandeerde Sophie instinctief. Ze had zich ondertussen al omgedraaid en toonde kennelijk geen interesse meer in wat zich enkele meters verder afspeelde. Laura ging rechtzitten. “Zijn rugzak. ’t Komt uit zijn rugzak! Hé meneer… meneer!”
Maar hij hoorde haar niet. De rugzak stopte met rinkelen. De man stond ondertussen alweer recht en had een wel zeer krampachtige pose aangenomen. En dan ineens… alsof er een onhoorbaar schot was gelost, sprong hij als een gek door de struikjes de parking op. “Dat … klopt niet! Sophie, er is daar iets niet pluis”. “Ach, Laura…” Maar Laura had er geen oren naar en liep haastig naar het lege bankje waar de man zijn Fanta, brooddoos en rugzak verweesd had achtergelaten. Ze hees de rugzak met een zwaai op haar schouder en liep terug naar Sophie. “Laura, het zijn onze zaken toch niet? Die man keert wel terug”, protesteerde Sophie, terwijl ze door haar vriendin zowat half omhoog werd getrokken. “Oké, blijf dan zitten hé.”
Laura zette met versnelde pas koers naar de struikjes. Haar ogen gefocust op wat ze daarachter zou vinden. Met elke stap zag ze duidelijker. Een wit busje. Een schermutseling. De drie mannen van daarnet! De andere man werd de bus ingeduwd. Een ontvoering? Oh nee, dit was absoluut niet goed. In al haar gedrevenheid besefte Laura niet eens dat ze ondertussen zelf al op de parking stond. Ze zag het witte busje traag voorbij rijden. De man met charisma ving haar verbijsterde blik met priemende ogen op. Haar adem stokte.
Deel 3: Inzending 1
juni 11, 2008
Gelukkig duurde de rit niet al te lang. De hele tijd hoorde Marc dat er voorin gepraat werd, maar hij kon geen letter verstaan. Eerst had hij nog geprobeerd recht te staan om tegen de deur te beuken. Maar het had hem alleen een pijnlijke schouder en wat blauwe plekken opgeleverd.
De bestelwagen stopte. Het felle zonlicht deed pijn aan zijn ogen en even was hij verblind. Het was Claude die de deur open gedaan had en hem nu tegen de zijwand duwde.
“Komaan gasten, laden jullie dat hier zo vlug mogelijk uit. Ik hou ondertussen meneer Snullemans in het oog.”
Mo en Charlie haastten zich met het uitladen en Claude keek hem doordringend aan. Marc begon alsmaar meer te zweten. Zou hij snel genoeg recht zijn om Claude te verrassen? Gewoon recht springen en op hem inbeuken en dan zo snel mogelijk wegspurten. Alleen had hij geen flauw idee waar hij naartoe moest rennen en bovendien bleef Claude hem aankijken. Hem verrassen was onmogelijk en dus besloot hij af te wachten. Het uitladen duurde niet lang.
“Oké gasten,” snauwde Claude, “ik zal wel met meneer Snullemans afrekenen maar dat gaat jullie wat kosten. Geef het maar door aan jullie luitenant.”
“Wij kunnen er ook niks aan doen dat hij te curieus was,” antwoordde Mo bits. ”Maar we zullen het doorgeven. Morgenavond hoor je van ons.”
De deuren werden dicht gesmeten en Marc viel neer toen de bestelwagen bruusk vertrok. Deze keer werd er minder voorzichtig gereden.
Na een korte rit werden de deuren terug opengesmeten. Claude keek hem woedend aan, sloeg hem vol op zijn gezicht. Hij proefde het bloed dat uit zijn neus droop.
“Godverdomme!” riep Claude toen hij het identiteitsbewijs van Marc vond. ”Jij idiote klootzak, wat voor een achterlijke zak ben jij eigenlijk?”
Marc was compleet overdonderd. Hij had vanalles verwacht, maar niet deze woedeuitbarsting.
Claude liet hem geen tijd om te antwoorden maar raasde gewoon door.
“Eigenlijk zou ik je hier godverdomme ter plekke moeten neerschieten. Je verdiende loon omdat je mijn undercover-opdracht zo in gevaar brengt. Stomme klootzak!”