Deel 2

mei 28, 2008

De inzendingen voor deel 2:

U had er meer verwacht? U bent uiteraard niet alleen. Ongelooflijk veel dank aan GDB voor deze inzending. Een stemming is, denk ik, niet echt nodig.

Hoe gaan we nu verder, dat is natuurlijk de vraag. Wel, ik geef twee weken voor een nieuwe inzending moet binnen zijn. Niet dat ik denk dat het aan de tijd ligt, maar anders had het ook dan pas binnen moeten zijn. Daarenboven ben ik volgende week met vakantie, dus dat komt goed uit. Aan de hand van de inzendingen zullen we dan wel zien of en hoe we verder gaan met dit project.

Dus, inzendingen binnen ten laatste op dinsdag 10 juni 2008.

Deel 2: Inzending 1

mei 28, 2008

‘En?’

“Wat en?’ vroeg Marc zo zelfzeker mogelijk terwijl z’n knieën knikten.

“Was het racekak” vroeg Claude “of was je shit eerder samenhangend?”  Zonder het antwoord af te wachten sprak hij: “Zie je, ik kan ook de onnozelaar uithangen.  Kom het hier maar eens uitleggen, kerel!”  Eén handbeweging met de blaffer was genoeg om Marc als de wiedeweerga uit het struikgewas te jagen.

De man met het zwarte hemd kon een grijns niet onderdrukken toen de bespieder zich met de handen half in de hoogte aandiende.  “Wat krijgen we nou?  Een aap in korte broek?”  De kleerkast lachte kort, enigszins nerveus.  Claude bleef zo te zien bij de les en spitste z’n onverdeelde aandacht op Marc toe.  Op de loop van de revolver leek een kleine sensor te staan die elk kleine beweging van Marc scheen te registreren.  Uit het bevel dat Claude de twee mannen vervolgens gaf bleek dat hij alleen de touwtjes in handen had: “Mo, check het handschoenenvak.  Daarin steekt een hangslot.  Gebruik de ketting om die vieze gluurder vast te ketenen, wil je?  Charlie, werp jij hem op de dozen.  En jongens, doe het vlug, we hebben al genoeg tijd verloren.”

Marc trachtte uit z’n ooghoeken de meiden te zien.  Zouden zij niets hebben opgemerkt?  Z’n hoofd in hun richting draaien durfde hij niet.  Claude had immers een arendsblik.  En wie weet hield hij een nerveuze vinger op de trekker?  Of zou hij toch maar eens proberen, nu de twee mannen de instructies van de baas aan het uitvoeren waren?

Voor hij een beslissing kon nemen lag Marc al bovenop de dozen en sloten de portieren zich.  Wat een triest, onzeker, besluiteloos figuur ben ik toch, dacht hij terwijl hij zich voorlopig in z’n lot trachtte te schikken.  Het was erg donker in de laadruimte.  Een spleetje licht, daar moest Marc het mee doen.  Hij voelde hoe het voertuig in beweging kwam.  De chauffeur reed niet schokkerig maar kalm en rustig.  Dit moeten beslist beroepscriminelen zijn, viel het Marc te binnen.

Als dat het geval was zag zijn toekomst er niet rooskleurig uit.