Proficiat Uw Moeder!
mei 21, 2008
De kogel is door de kerk, Inzending 1 is verkozen als het vervolg op het verhaal! Dit stukje werd geschreven door Uw Moeder. Verder ook een dikke merci aan de schrijvers van de andere stukjes (in alfabetische volgorde): Evelyne, Fredje, GDB en Salim! Uw Moeder, Proficiat! Maar dit wil natuurlijk ook zeggen dat je voor deel 2 geen vervolg kan indienen
Maar jullie wel! Tot en met dinsdag 27 mei 2008 hebben jullie terug de tijd om een vervolg te schrijven op het verhaal tot nu toe. Succes, veel plezier en tot dan!
Nog eventjes!
mei 20, 2008
Een trein staking! Ideaal, want zo kan u nog snel alle inzendingen voor het eerste deel lezen en uw stem uitbrengen. Want ja hoor, het is alweer de laatste dag. Morgen weten we wie de stemming gewonnen heeft en hoe het verhaal dus echt verder gaat. Oefen die vingers maar alvast want vanaf morgen is het dus weer schrijven geblazen!
Deel 1
mei 14, 2008
Je kan hieronder de verschillende inzendingen terugvinden:
Tot en met dinsdag, 20 mei 2008 hebt u nu de tijd om te stemmen op het vervolg van het verhaal. Klik hieronder op de inzending van uw keuze!
|
Stem op Deel 1: 1) Inzending 1 2) Inzending 2 3) Inzending 3 4) Inzending 4 5) Inzending 5 |
Deel 1: Inzending 5
mei 14, 2008
Er verscheen een kleine grimas op het gelaat van Marc. Hij hield van talen, en vooral van de potentiële schunnigheden die het medium hem aanreikte. De voornaam Claude leende zich perfect tot weinig pedagogisch verantwoorde uitlatingen. ‘Dat moet kloot zijn,’ dacht hij, terwijl hij zijn boterhammen met natuurlijke nonchalance opat. Marc bezat hem, de mimiek der totale onschuld. De Heer schonk hem aan alle pasgeborenen. De manier waarop kleuters binnenwandelen nadat zij de gezinswagen als tekentafel gebruikt hebben, bewees dat weinigen hem zouden onderhouden. Marc had de mogelijkheden van dit wonderbaarlijk samenspel van ledematen en gelaat ingezien en er zo meermaals voor gezorgd dat hij zijn vaak volstrekt onschuldige leeftijdgenoot met de weinig overpeinsde gevolgen van zijn daden opzadelde. Deze dag zou hij er zich, tegen alle natuurwetten in, zelf mee opzadelen.
Hij begon nochtans met verve. Hij schroefde zijn grimas terug tot een neutrale stand en vouwde een boterham open. Confituur. De vruchten kon hij niet thuisbrengen, maar ze moesten alleszins uit het bos komen. De kleur die zich tussen het kruim wrong, bevond zich tussen rood en paars. Een naam kon hij er niet aan geven, maar testen die hij in de lagere school had ondergaan, hadden Marc de zekerheid verschaft dat hij in zijn levensloop slechts een select aantal kleuren bij naam zou kunnen noemen. Zijn ensembles waren altijd in goede handen geweest bij zijn moeder, zijn boterhammen ook. Niet dat hij vond dat de kleur van confituur noodzakelijk een harmonie moest vormen met de kleur van het brood waartussen het zich bevond, maar het lag in dezelfde lijn. ‘Twee vliegen’, dacht Marc. ‘Uw moeder is een vijg omdat ze het nog voor u doet en gij omdat ge het toelaat’, vonden zijn collega’s. Twee vliegen, twee vijgen. Wiskundig gezien klopte het wel. Sinds hij de boezem van zijn
moeder geruild had voor een iets gladder exemplaar, maakte Julie zijn schoofzakje. De traditie zette zich verder, al vond hij het iets moeilijker haar te associëren met fruit. Dat probleem had hij niet met confituur.
Het dure geklik van fel opgeblonken Italiaanse designschoenen klonk Marc als muziek in de oren, al was hij nooit fan geweest van modetrends uit het Zuiden. Van geen enkele trend eigenlijk, nu hij eraan dacht. Trends voeden de onstabiele mens. Hij hield ervan constant grijs te zijn, iets dat nauw samenhing met de staat van zijn ogen. ‘Waar zat je, man? We staan hier al een half uur te schilderen.’ Zo constructief waren ze niet geweest. Ze hadden wel staan zweten, en Marc had duchtig meegedaan.
Het witte hemd was ondertussen al naar een transparante fase overgegaan, waardoor een interessant patroon van niet langer verborgen borsthaar ontstond. Marc zocht er figuren in, maar moest al snel tot de conclusie komen dat wolken een aangenamer spelbord vormden voor deze infantiele bezigheid. Dat vond de man in kwestie ook. ‘Heb ik iets van u aan, meneer?’ Marc keek rond, vastberaden de pottenkijker te localiseren. ‘Laat hem toch, daarvoor heb ik geen files getrotseerd.’ Claude bracht iedereen weer bij de zaak. ‘Hebben jullie de ketting bij?’ Natuurlijk hadden ze de ketting bij. Alleen in films met Chuck Norris werd zoiets vergeten. In het universum van Chuck werd zelfs geen poging ondernomen om een gewiekst plan op poten te zetten. Ze waren het gewoon vergeten. Geen van deze mannen heette Chuck Norris, dat stond vast.
Deel 1: Inzending 4
mei 14, 2008
Achter de 2 mannen verschijnt een op het eerste gezicht verdacht individu : lederen, halfhoge laarzen, een lange zwarte regenjas en een cowboyhoed. Opvallend en ongepast denkt Marc, zeker bij deze temperaturen. De 3 scheidden zich af en er een ontstaat een conversatie, waaruit Marc kan opmaken dat ze elkaar al eerder ontmoet hebben. Nu wordt Marc pas echt nieuwsgierig. Omdat zijn fiets aan een boom geparkeerd staat, niet ver van de 3 mannen, kan Marc ongemerkt dichterbij komen. Hij ’sukkelt’ wat met het losmaken van zijn fiets en hoort de kleinste van de 2 mannen zeggen : ‘Heb je de ketting bij?’. Hij toont ondertussen een dikke bruine envelop aan de ‘cowboy’. Deze laatste tast op zijn beurt in de binnenzak van zijn lange jas en haalt een plastic zak boven. Marc heeft ondertussen zijn fiets losgemaakt en maakt aanstalten om terug naar het werk te fietsen.
Net voor hij op zijn fiets stapt, heeft Marc, weliswaar ongewild, kort oogcontact met de 2 mannen die eerst achter hem zaten. Hij voelde zich enigzins betrapt en reed zo snel mogelijk en zonder nog om te kijken verder naar zijn werk. De hele scene die zich deze morgen afspeelde bleef in Marc zijn hoofd zitten en hij besloot dan ook om zijn verhaal aan Julie toe te vertrouwen. ‘Je kijkt teveel films’, reageerde ze laconiek. Julie’s reactie bevatte wel een grond van waarheid, want sinds Belgacom TV zijn intrede heeft gedaan, is hij soms niet meer van voor zijn televisie weg te slaan. De volgende morgen was Marc het hele voorval dan ook al bijna vergeten, maar hij besluit om toch maar even langs de plaats van het hele gebeuren te rijden. Aan de vaart aangekomen merkt hij niets speciaal : enkele spelende kinderen die genoten van hun eerste dag vakantie, een man die zijn golden retriever uitliet en diezelfde 2 jonge dames van gisteren. Ik zal het me dan toch ingebeeld hebben zeker, zegt Marc bij zichzelf en hij vervolgt zijn weg naar het werk.
Deel 1: Inzending 3
mei 14, 2008
“Dag heren! ”, zei de man met een glimlach op zijn gezicht. Deze man was eveneens mooi door de zon gebruind en van het nodige goud voorzien, maar in tegenstelling tot de andere mannen was hij vrij opvallend gekleed. Hij droeg een fel oranje short met daarboven een licht groene t-shirt. “Mooi weertje hier hè!”, vervolgde hij. De kleinste man leek steeds nerveuzer te worden. “Jaja, kom, geen gezever, kom ter zake!” De man, die Claude genoemd werd, keek hem enkele seconden zwijgend aan. De woorden die daarop volgden waren zeer kalm, doch was er een kleine dreiging in zijn stem te bemerken. “Rustig aan Pierre, waar maak je je druk om? Als je kalm blijft, zal er niets verkeerd gaan!”
Marc betrapte zichzelf er op dat hij zijn adem inhield. Voorzichtig ademde hij verse lucht in en ontspande zijn lichaam een beetje. Hij nam nog een hap uit zijn boterham, kauwde daar langzaam op en deed zijn uiterste best om niet op te vallen. Hij wist niet wat die mannen hadden uitgespookt, maar het leek hem nogal verdacht. Marc twijfelde er aan of het niet veiliger was om snel weg te gaan, maar zijn nieuwsgierigheid won het van zijn verstand. Terwijl hij nog een slok van zijn Fanta nam, spande hij zich in om ongemerkt naar de rest van het gesprek te luisteren.
De man van wie Marc tot nu toe nog geen naam had gehoord, deed nu zijn mond open: “Vertel eens, Claude, wat staat er nu te gebeuren en hoe geraken we hier zo snel mogelijk weg?”
“Over exact één uur en tien minuten zal ginder een kleine boot aanmeren. Rudy zal op het dek op de uitkijk staan, zo kunnen jullie die boot niet missen. Tot zolang kunnen jullie hier nog een wandelingetje maken en genieten van de zon. Ik neem de ketting mee en zie jullie over drie dagen in het appartement in Calais. Afgesproken?”
Beide mannen knikten. Ze keken elkaar aan en begonnen beiden in dezelfde richting langs het water weg te wandelen. De derde man bleef even staan en nam vervolgens plaats op de bank naast Marc. Marc’s hart bleef even stil staan. Zou die man door hebben dat hij alles gehoord had? Wat moest hij nu doen? Wat moest hij zeggen? Wat zou er met hem gebeuren?
Deel 1: Inzending 2
mei 14, 2008
De man die naderde had dikke lippen. Marc bekeek hem nog eens goed vanuit z’n ooghoeken. Potvolkoffie, de laatste keer dat hij zulke vlezige mondpoorten had gezien was toen de Rolling Stones Torhout hadden bezocht! Het metaal op de schoenzolen van de man maakte genoeg lawaai om Ginger Rogers uit de doden te doen opstaan (waarna zij fluks de step met mijnheer lip zou dansen). Marc had beslist te veel verbeelding. Het is niet omdat de man gekleurd was, waarschijnlijk Claude heette en dikke lippen had, dat hij ook goed de step kon dansen.
“Hi dudes, ik ben Claude en jullie zijn?”
“Ongeduldig” antwoordde de kleine man.
“Juist, mijnheer Ongeduldig… en wat is jouw naam?” Hij wendde zich tot de kolos.
“Nee nee, mijnheer Claude, u snapt het niet. M’n vriend heet niet Ongeduldig. Hij is ongeduldig.”
“Is het werkelijk? Is dit kleine fascistje ongeduldig?” Claude krulde zijn lippen en gaf de kleine man razendsnel een paar zachte klappen op het hoofd. Zwarthemd trok na de tweede keer z’n hoofd naar links. Z’n gezicht stond op onweer. Hij kon met moeite z’n kalmte bewaren.
Claude zette grijnzend een stap achteruit en bekeek het duo van op een afstandje. “Ok,” zei hij “jullie zijn me het stel wel. Kunnen jullie stepdancen?”
“Excuseer?” vroeg de afgezaagde eik.
“Het is: excuseert u mij. En de vraag luidt: kunnen jullie dansen? De step? Zoals Ginger Rogers en Fred Astaire?”
Marc kon een glimlach niet onderdrukken. Hoe was het mogelijk? De realiteit overtrof z’n verbeelding. Vaak was dat nog niet gebeurd. Die memorabele keer toen hij Julie had versierd, ja… Hij verbrak snel z’n gedachte en richtte z’n aandacht opnieuw volledig op het gesprek van de mannen. Wat stak er eigenlijk tussen de boterhammen die hij zo vluchtig verscheurde? A ja, perensiroop.
“Kunnen jullie niet dansen dan zijn jullie de pineut, heren. Het is maar dat jullie het weten. Ik heb een succesvolle zaak die op mij wacht. Tijd heb ik nooit op overschot. Dus wees eerlijk: dansen jullie of niet?”
Deel 1: Inzending 1
mei 14, 2008
Claude stapte vastberaden op het tweetal af. “Let’s go, girls”, zei hij droog, zonder hen aan te kijken. In plaats daarvan nam hij de omgeving en meer bepaald de aanwezigen in zich op. Marc voelde zich even betrapt, maar Claude’s blik had hem alweer losgelaten. Marc rook onraad. En ook zonnecrème. De meiden verderop waren zich rijkelijk aan het insmeren. Verstandig.
Hoe dan ook, die drie mannen hadden iets verdachts. Maar Marc kon niet zeggen wat. Zou dat “het flikkeninstinct” zijn waarover zijn collega’s het soms hadden? Het tweetal was intussen zwijgend recht gesprongen en liep samen met Claude weg van het water. Claude zei: “Tong ingeslikt?” De twee begonnen te lachen, twijfelend, haperend, zenuwachtig. Ze verdwenen uit Marcs zicht.
Marc voelde zijn hart flink bonzen. Had hij een revolver gezien toen de wind Claude’s hemd eventjes omhoog blies? Hij keek rond. Niemand lette op hem. Hij stond op en liep zo gewoontjes mogelijk achter de mannen aan.
Een lege parking, op twee witte bestelbusjes na. Van achter het struikgewas dat de parking omzoomde beloerde Marc het trio. De bestelbusjes stonden met hun laadruimtes naar mekaar toe geparkeerd. De mannen openden de achterportieren van de geblindeerde busjes en gingen ertussen staan, uit het zicht.
“Mijn kop eraf als dat geen louche zaakske is”, dacht Marc. Hij sloop voorzichtig korterbij. Door een paar smalle spleetjes kon hij nu zien dat er grote voorwerpen of dozen werden overgeladen, maar het was onmogelijk te zeggen wat. Marc besloot nog wat dichterbij te sluipen. Er kraakten wat takjes onder zijn voeten, maar de overlaadbedrijvigheid staakte niet. Zijn sluiptechnieken bleken dus toereikend maar voor verbetering vatbaar.
“Voilà”, zei Claude luid en hij smakte de portieren dicht. “We kunnen vertrekken!” De dikke en de dunne keken Claude verbaasd aan. “Stappen jullie in?”, riep Claude hen toe. “Natuurlijk”, hoorde Marc de dikke zeggen terwijl die instapte in wat blijkbaar het voertuig van Claude was. Terwijl de dunne ook instapte, draaide Claude zich in de richting van Marc. Zijn rechterhand verdween achter zijn rug. Marc dook in mekaar. “FUCK!”, schreeuwde de mond van Marc zonder geluid te maken. Claude riep: “Komt ge ook mee?” terwijl zijn rechterhand terug zichtbaar werd, met een revolver erin. Marcs tikker roffelde in zijn borstkas. “Komt ge ook mee?” riep Claude nog luider. “Of moet ik u komen halen?”
Marc stond recht, de daver op het lijf. “Ik moest kakken, meneer”, stotterde hij.