Hieronder kan je het volledige verhaal tot hier toe lezen:
Personages
- Marc: hoofdpersonage
- Julie: zijn vrouw
- De twee heren
- Claude
- Sophie en Laura
Het Verhaal
DEEL 0
Marc fietste langs het water. Het was eindelijk terug mooi weer en hij had voor die gelegenheid al een korte broek uit zijn kast gehaald, iets wat zijn collega’s duidelijk al hadden opgemerkt. Hoe kon hij weten dat korte broeken not done waren? Het stond in ieder geval niet in het arbeidsreglement dat hij in februari had gekregen toen hij daar begon. Hij besloot zich langs de kant te zetten en de boterhammen die Julie voor hem deze morgen had klaargemaakt daar op een bankje op te eten. Uit zijn rugzak haalde hij een blikje Fanta, nam enkele slokken en keek om zich heen. Het mooie weer bracht duidelijk mensen buiten. Mensen die zich tijdens de winter blijkbaar ingraven in een hol. Of is het zo dat iedereen er gewoon zoveel mooier uitziet als de zon in al haar glorie op onze planeet kan schijnen?
Terwijl hij deed alsof hij naar de boten op het water keek, was hij eigenlijk de twee jonge dames schuin voor hem aan het keuren. Zonnebrillen zijn een godsgeschenk, vooral die waarvan de glazen haast spiegels zijn voor de mensen om je heen.
Achter hem zaten twee mannen druk te praten en dat leidde hem af van het vrouwelijk schoon. Hij had ze al opgemerkt toen hij aankwam: mooi gebruinde mannen met linnen hemden en veel goud rond vingers, polsen en hals. Marc begon aan de boterhammen en spitste zijn oren. “Hoe laat ging die kloot komen?”, sprak de kleinste van de twee. Het was een tengere man, helemaal in het zwart. Marc bedacht nog dat je helemaal in het zwart kleden pas echt not done was met zo’n weer. Toch in zijn geval, want zweten deed hij voor het minste. Als een rund.
De vriend van de man in het zwart was veel breder en groter, wat het bekende cliché deed oproepen. Desondanks zijn keuze voor een wit hemd, bleek ook hij te weten van de warmte. Hij depte zijn voorhoofd af met een zakdoek en lachte kort. “Claude komt wel, heb toch even geduld man!” Beide heren spraken met een dialect dat Marc niet kon thuisbrengen. Het kwam volgens hem in ieder geval niet uit een Vlaamse regio. “Ik kan niet wachten, ik wil vertrekken, man. Als die ketting…” De man in het zwart brak zijn zin af bij het horen van het klikkende geluid dat de schoenen van een naderende persoon maakten. Marc besloot de kracht van zijn zonnebril nog eens te gebruiken en draaide zich een beetje zodat hij vanuit zijn ooghoeken mee kon volgen.
DEEL 1
Claude stapte vastberaden op het tweetal af. “Let’s go, girls”, zei hij droog, zonder hen aan te kijken. In plaats daarvan nam hij de omgeving en meer bepaald de aanwezigen in zich op. Marc voelde zich even betrapt, maar Claude’s blik had hem alweer losgelaten. Marc rook onraad. En ook zonnecrème. De meiden verderop waren zich rijkelijk aan het insmeren. Verstandig.
Hoe dan ook, die drie mannen hadden iets verdachts. Maar Marc kon niet zeggen wat. Zou dat “het flikkeninstinct” zijn waarover zijn collega’s het soms hadden? Het tweetal was intussen zwijgend recht gesprongen en liep samen met Claude weg van het water. Claude zei: “Tong ingeslikt?” De twee begonnen te lachen, twijfelend, haperend, zenuwachtig. Ze verdwenen uit Marcs zicht.
Marc voelde zijn hart flink bonzen. Had hij een revolver gezien toen de wind Claude’s hemd eventjes omhoog blies? Hij keek rond. Niemand lette op hem. Hij stond op en liep zo gewoontjes mogelijk achter de mannen aan.
Een lege parking, op twee witte bestelbusjes na. Van achter het struikgewas dat de parking omzoomde beloerde Marc het trio. De bestelbusjes stonden met hun laadruimtes naar mekaar toe geparkeerd. De mannen openden de achterportieren van de geblindeerde busjes en gingen ertussen staan, uit het zicht.
“Mijn kop eraf als dat geen louche zaakske is”, dacht Marc. Hij sloop voorzichtig korterbij. Door een paar smalle spleetjes kon hij nu zien dat er grote voorwerpen of dozen werden overgeladen, maar het was onmogelijk te zeggen wat. Marc besloot nog wat dichterbij te sluipen. Er kraakten wat takjes onder zijn voeten, maar de overlaadbedrijvigheid staakte niet. Zijn sluiptechnieken bleken dus toereikend maar voor verbetering vatbaar.
“Voilà”, zei Claude luid en hij smakte de portieren dicht. “We kunnen vertrekken!” De dikke en de dunne keken Claude verbaasd aan. “Stappen jullie in?”, riep Claude hen toe. “Natuurlijk”, hoorde Marc de dikke zeggen terwijl die instapte in wat blijkbaar het voertuig van Claude was. Terwijl de dunne ook instapte, draaide Claude zich in de richting van Marc. Zijn rechterhand verdween achter zijn rug. Marc dook in mekaar. “FUCK!”, schreeuwde de mond van Marc zonder geluid te maken. Claude riep: “Komt ge ook mee?” terwijl zijn rechterhand terug zichtbaar werd, met een revolver erin. Marcs tikker roffelde in zijn borstkas. “Komt ge ook mee?” riep Claude nog luider. “Of moet ik u komen halen?”
Marc stond recht, de daver op het lijf. “Ik moest kakken, meneer”, stotterde hij.
DEEL 2
‘En?’
“Wat en?’ vroeg Marc zo zelfzeker mogelijk terwijl z’n knieën knikten.
“Was het racekak” vroeg Claude “of was je shit eerder samenhangend?” Zonder het antwoord af te wachten sprak hij: “Zie je, ik kan ook de onnozelaar uithangen. Kom het hier maar eens uitleggen, kerel!” Eén handbeweging met de blaffer was genoeg om Marc als de wiedeweerga uit het struikgewas te jagen.
De man met het zwarte hemd kon een grijns niet onderdrukken toen de bespieder zich met de handen half in de hoogte aandiende. “Wat krijgen we nou? Een aap in korte broek?” De kleerkast lachte kort, enigszins nerveus. Claude bleef zo te zien bij de les en spitste z’n onverdeelde aandacht op Marc toe. Op de loop van de revolver leek een kleine sensor te staan die elk kleine beweging van Marc scheen te registreren. Uit het bevel dat Claude de twee mannen vervolgens gaf bleek dat hij alleen de touwtjes in handen had: “Mo, check het handschoenenvak. Daarin steekt een hangslot. Gebruik de ketting om die vieze gluurder vast te ketenen, wil je? Charlie, werp jij hem op de dozen. En jongens, doe het vlug, we hebben al genoeg tijd verloren.”
Marc trachtte uit z’n ooghoeken de meiden te zien. Zouden zij niets hebben opgemerkt? Z’n hoofd in hun richting draaien durfde hij niet. Claude had immers een arendsblik. En wie weet hield hij een nerveuze vinger op de trekker? Of zou hij toch maar eens proberen, nu de twee mannen de instructies van de baas aan het uitvoeren waren?
Voor hij een beslissing kon nemen lag Marc al bovenop de dozen en sloten de portieren zich. Wat een triest, onzeker, besluiteloos figuur ben ik toch, dacht hij terwijl hij zich voorlopig in z’n lot trachtte te schikken. Het was erg donker in de laadruimte. Een spleetje licht, daar moest Marc het mee doen. Hij voelde hoe het voertuig in beweging kwam. De chauffeur reed niet schokkerig maar kalm en rustig. Dit moeten beslist beroepscriminelen zijn, viel het Marc te binnen.
Als dat het geval was zag zijn toekomst er niet rooskleurig uit.
DEEL 3
“Zonnebrillen, wat zijn ze toch de max hé”, fluisterde Sophie en draaide zich galant op haar buik in het warme gras. Laura liet ondertussen wat zonnecrème uit de tube pruttelen en begon aan het betere smeerwerk. “En? Zit er wat vlees in de kuip vandaag?” “Goh”, zuchtte Sophie, “die vent hier schuin over ons lijkt niet zoveel soeps, met zijn verlepte boterhammetjes. Wedden dat zijn mama ze gemaakt heeft?”
Laura grinnikte. Sophie en haar grote mond. Had ze haar beste vriendin ooit anders gekend? “Maar die twee daar wat verder”, klonk het opeens enthousiast, “Jammie, ik wil die grote, yes sir!”. Laura keek subtiel in de richting van Sophies donkere glazen. “Doe mij maar die derde die er net bij komt. Die straalt tenminste wat macht uit.”, waarop ook Laura zich nu nestelde in het gras.
Met de wangen in de handpalmen geplant hielden de meiden het drietal verder in het oog. “Pf, ze zijn alweer weg”. “Sophieke meid, er is meer in het leven dan mannen alleen, you know.” “Tja, als ik meneer bermuda hier zie, dan denk ik dat ook ja.” Die laatste woorden had Sophie bijna onhoorbaar gefluisterd, want de man was vlak langs hen gewandeld richting parking, waar hij bij de struikjes enkele minuten gehurkt en onbeweeglijk bleef zitten.
“Wat zit die kerel daar nu zo geheimzinnig te doen?” Laura’s gedachten werden onderbroken door een elektronisch Bonanza-deuntje. “Te-le-foon”, scandeerde Sophie instinctief. Ze had zich ondertussen al omgedraaid en toonde kennelijk geen interesse meer in wat zich enkele meters verder afspeelde. Laura ging rechtzitten. “Zijn rugzak. ’t Komt uit zijn rugzak! Hé meneer… meneer!”
Maar hij hoorde haar niet. De rugzak stopte met rinkelen. De man stond ondertussen alweer recht en had een wel zeer krampachtige pose aangenomen. En dan ineens… alsof er een onhoorbaar schot was gelost, sprong hij als een gek door de struikjes de parking op. “Dat … klopt niet! Sophie, er is daar iets niet pluis”. “Ach, Laura…” Maar Laura had er geen oren naar en liep haastig naar het lege bankje waar de man zijn Fanta, brooddoos en rugzak verweesd had achtergelaten. Ze hees de rugzak met een zwaai op haar schouder en liep terug naar Sophie. “Laura, het zijn onze zaken toch niet? Die man keert wel terug”, protesteerde Sophie, terwijl ze door haar vriendin zowat half omhoog werd getrokken. “Oké, blijf dan zitten hé.”
Laura zette met versnelde pas koers naar de struikjes. Haar ogen gefocust op wat ze daarachter zou vinden. Met elke stap zag ze duidelijker. Een wit busje. Een schermutseling. De drie mannen van daarnet! De andere man werd de bus ingeduwd. Een ontvoering? Oh nee, dit was absoluut niet goed. In al haar gedrevenheid besefte Laura niet eens dat ze ondertussen zelf al op de parking stond. Ze zag het witte busje traag voorbij rijden. De man met charisma ving haar verbijsterde blik met priemende ogen op. Haar adem stokte.
DEEL 4
Oh nee, fuck man. Hoeveel kon er in godsnaam nog verkeerd lopen? Maar Claude hervond zijn cool heel snel. Hij moest heel snel gaan improviseren, want het was allemaal grondig fout aan het lopen.
“Hey poppeke,” riep hij haar nonchalant toe, “woar zen diene vent zen spullen. We doen em noar de kliniek want ha viel van zezelve.”
Helemaal uit het lood geslagen stak Laura de rugzak voor zich uit. Had ze zich dan zo vergist? Ze had toch duidelijk gezien dat ze hem in het busje duwden. Maar instinctief besefte ze dat ze het spelletje beter kon meespelen. Het belangrijkste was dat ze niet in het busje gesleurd werd.
“Hier zijn ze.”
“Merci, na kan ek zenne noam toch zegge in de kliniek.”
Claude nam de rugzak aan en draaide zich snel om. Enkele seconden later waren ze van de parking, Laura verbouwereerd achterlatend.
“Zeg, wat was dat allemaal?”
De stem van Sophie doorbrak haar trance. Ze had geen flauw idee wat er zonet gebeurd was. Maar ze voelde tot in haar kleine teen dat er iets niet pluis was. Ze had duidelijk gezien dat die man in het busje geduwd werd.
“Ik weet het niet Sophie, maar hier klopt iets niet. Ik denk dat die man met zijn bermuda zonet ontvoerd werd.”
Sophie kwam naast Laura staan en sloeg een arm rond haar schouder.
“Schat, ik denk echt dat je teveel detectives leest de laatste tijd.”
Laura keek haar vriendin recht in de ogen, wilde haar alles gaan vertellen toen haar iets te binnen schoot.
“Het tweede busje!”
Nu was het Sophie die er verbouwereerd bij stond. Laura had haar arm vast genomen en sleurde haar mee de parking op naar het busje dat daar achtergebleven was.
“Wacht even,” protesteerde Sophie terwijl ze zich losrukte, “waarom moeten we naar dat busje? Kom we zijn hier weg, het zijn onze zaken niet.”
Ze wilde zich omdraaien, maar Laura was sneller.
“Nee,” Laura had snel de arm van Sophie terug vast genomen en probeerde haar vriendin terug te overtuigen, “Ik heb die mannen hier bezig gezien en die gast met zijn bermuda werd hier in het busje geduwd waar ze mee weggereden zijn. Wij gaan nu dat andere busje inspecteren.”
Hoewel ze er niks van begreep, besloot Sophie toch maar mee te gaan. Al was het alleen maar omdat ook haar eigen nieuwsgierigheid nu geprikkeld was. De deuren vooraan zaten op slot, maar het busje had gelukkig geen centrale vergrendeling. De deur achteraan klikte immers open toen Laura die probeerde te openen. Met het handvat in haar hand keek ze nog even naar haar vriendin en trok de deur helemaal open.
Nu is het aan jullie! Schrijf zelf het vervolg op dit stuk en stuur het op via het formulier. Je hebt de tijd tot en met dinsdag 1 juli 2008. Dan volgt de stemming!
juli 3, 2008 at 12:49 am
[...] een vervolg op Het Verhaal en probeer daarmee uw naam onder Deel 5 te [...]